Maurice Brams

Boekaert_Handtekening.jpg

Het werk van Brams brengt mij steeds weer de dualistische filosofie van Plato in gedachten: boven de wereld der concrete dingen, die ontstaan en weer verdwijnen, bestaat de wereld der vormen of ideeën.
Die zijn absoluut enig en onveranderlijk en geven aan de concrete bestaansvormen, die er afbeeldingen van zijn, een zin en betekenis.
Brams' werk is enerzijds sterk op de werkelijkheid geënt, omdat evolutie, geboorte, vruchtbaarheid en bevruchting zijn voortdurende bron van inspiratie en zijn enige werkelijke boodschap zijn.
Anderzijds streeft hij slechts de wereld na der Ideeën en prefecte vormen, die enig en noodzakelijk zijn, en die, hoewel nog zichtbaar verwant met de werkelijkheid, deze werkelijkheid toch transcenderen.
Tegenover de veelheid en bijzonderheid der dingen plaatst hij de eenheid en universaliteit van zijn creaties; tegenover de toevalligheid der dingen, de noodzakelijkheid der vormen. in die zin plaatst de kunstenaar zich voor een onmogelijke opgave en tart hij de goden.